Het huis op de rots
Verkondiging op zondag
6 maart 2011 in De Bron na lezing van Mattheüs 7
: 24 - 27
door ds
Dirk-Jan Thijs
Midden 17e eeuw schreef Jan de Groot Jakobszoon, dichter uit Hoorn, de volgende regels:
Hier scheurt een dijk, daar
storten huizen neder;
hier ziet men land, dat eertijds water was,
veranderen door het schrikkelijk weder
in een moeras en een nieuwen waterplas….
Het gaat hier over de storm van 1651. Een zware noordwesterstorm bij volle maan en springvloed stuwde het Zuiderzee-water zo hoog op dat de Diemerzeedijk op twee plaatsen brak. Ook de Ringdijk bezweek. Baljuw en schepenen riepen allen die daartoe maar enigszins in staat waren op om met vereende krachten de gaten in de dijk te dichten. Maar het water was niet te houden en stortte zich in de polder. In vijf uur tijd steeg het water bijna vijf meter. Terwijl de brandklokken van de wachthuizen bij de Oetewaler-en Schulpbrug alarm sloegen, vluchtten de 400 Meer – bewoners naar het hoger gelegen Weesperzandpad. Vijf van hen verdronken in het woelende water. Huizen, plantages en tuinen werden weggevaagd en al het vee verdronk.
De WGM toonde zich echter veerkrachtig. Een jaar na de natuurramp dichtte een ander:
Oude Meer gij zijt herrezen
uit die wilden watervloed!
‘K wil van U bewoner wezen,
want Uw landstreek is zoo goed…
Ruim drie eeuwen later, in 1994 werd hier de hoogste wolkenkrabber van Amsterdam neergezet. De Rembrandttoren. 150 meter hoog – 35 verdiepingen. De fundering bestaat uit 56-meter lange boorpalen met een diameter van bijna 2 meter. Onvoorstelbaar. We gaan er maar vanuit dat het gebouw hiermee stevig staat. En dat het feit dat het in de wijk de Omval gebouwd is verder geen voorspellende betekenis zal blijken te hebben!
We hebben in de Bijbel ook gelezen van huizen die gebouwd werden en van een noodweer dat plaatsvond. Jezus vertelt hier een korte gelijkenis. Het gaat hier over twee mannen die ieder een huis bouwen. Ergens in Israël.
De eerste gaat zijn huis bouwen in het bergland, tegen een helling. Hij kiest een geschikt punt, niet te ver van de stad en bij de doorgangsweg. In de buurt van de weidegrond waar hij het vee houdt. De helling is bedekt met een niet te dikke laag aarde. Zonder veel moeite worden gevelde boomstammen de grond ingedreven, totdat ze stuiten op de rots. Nu kan de bovenbouw beginnen. Alles verloopt voorspoedig en al snel kan de bewoner met zijn gezin het huis betrekken. Maar dan breekt de regentijd aan, de periode november tot februari. Wat kan het dan regenen! De bergbeken zwellen aan. Door de waterstroom worden nieuwe beddingen gezocht. Dan wordt het hachelijk. Het neerdonderende water sleept planten, bomen, aarde en stenen mee. De bodem wordt onder het huis weggespoeld. Nog even houden de palen het, maar dan verliezen ze hun houvast. Het huis zakt krakend in elkaar en stort van de helling. Zijn val was groot.
Een paar maanden geleden zag ik iets dergelijks op het journaal. Het was in Brazilië en het had dagen gestortregend. De beken waren buiten hun oevers getreden en modderlawines kwamen met geweld naar beneden. De huisjes, gebouwd tegen de hellingen, werden als luciferdoosjes meegesleurd… Een vreselijk gezicht.
Een ander heeft zijn huis op de kale grond gebouwd, in hard gesteente. Het was een moeizaam karwei, die gaten te hakken voor de fundering. Als de àndere bouwer klaar is, staat hìj nog aan het begin. Maar als dat andere huis weggevaagd is, staat dit huis er nog. Trillend en schuddend weliswaar, maar stevig in de rotsbodem.
Wat wil Jezus eigenlijk zeggen met deze gelijkenis? Jezus zet twee soorten mensen tegenover elkaar. Dat doet Hij vaak. De wijze en de dwaze maagden. De rijke man en de arme Lazarus. Wij hebben de neiging mèèr mogelijkheden te veronderstellen: drie of vier of tien. Wij zien tussenvormen. Hij uitersten, als het erop aankomt. Dat hoorden we ook al in de lezing uit Deuteronomium: Vandaag stel ik u voor de keuze tussen zegen en vloek. Als God tot ons komt , gaat het over ja of neen, òf-òf. Je huis staat op de rots óf op het zand. Andere mogelijkheden zijn er niet. Op deze vraag loopt de Bergrede uit. Is je huis op de rots òf op het zand gebouwd? Waar doelt Jezus op met deze vraag?
De gelijkenis wijst op een tegenstelling in levenshouding: die van ‘horen en niet doen’ en die van ‘horen en doen’. In beìde gevallen is sprake van horen. Het is wel van belang dat niet over het hoofd te zien. Je zou misschien eerder verwachten dat er mensen zijn die hòren en anderen die nìet horen. De eerste groep zijn dan de ‘kerkmensen’ en de tweede groep de mensen degenen die niets met de kerk of het geloof hebben. Die de Bijbel niet lezen en niet bidden. In deze gedachtengang zouden deze laatsten dan wel eens degenen kunnen zijn die hun huis op zand bouwen. Maar zo ligt het niet! Beìde groepen horen. Dààr zit het verschil niet in. Dat vind ik wel aangrìjpend. Je kan dus blijkbaar het evangelie horen – en dat doe je meestal in de kerk: je zit dus netjes in de kerk en toch kan het zijn dat je je huis op zand bouwt! Jezus richt zich met deze gelijkenis tot zijn discipelen en de grotere groep van mensen die gekomen zijn om naar Hem te luisteren. Niet tot de Farizeeën of anderen die kritisch tegenover Jezus stonden! Deze woorden zijn daarmee ook tot òns gericht! Niet tot onze medeburgers, die niet geïnteresseerd zijn in kerk en geloof!
Nee, het gaat Jezus om de vraag of we in de praktijk brengen wat we gehoord hebben of niet. Dàt is het punt waarop het aankomt. Jezus noemt dat het doen van gerechtigheid. Wat dat inhoudt heeft Hij al eerder uitgelegd in de Bergrede. Het doen van gerechtigheid betekent: niet alleen geen moord plegen, maar zelfs niet woedend worden op je broer of zus! Niet alleen geen ontrouw aan je partner, maar je zelfs niet overgeven aan lustgevoelens! Niet alleen je naaste liefhebben, maar ook je vijand. Als je dat op je ín laat werken , dan schrik je. Dat lukt nooit! Ook al zou je het willen! Dat lukt geen mens! Behalve Één dan. Jezus vervult de Wet . Dat wil zeggen: Hij laat niet alleen zien wat de diepste bedoeling van de Torah, de Wet van God, is. Hij heeft het Zelf voorgeleefd. Zijn leven hier op aarde was een afspiegeling van wat Hij leerde. Er zat geen ruimte tussen!
Maar hoe kunnen wìj daar ooit aan voldoen? Wij zijn toch feilbare mensen met allerlei tekorten? Toch staat het hier wel: ieder die Mijn woord hoort en ernaar handelt is als die man die zijn huis bouwde op een rots. Dat bouwen op die rots , dat geeft al aan dat het niet eenvoudig is. Het is zwaar werk. Soms gaat het fout en moet het opnieuw. Je huis moet diep verankerd worden. Het houdt je bezig. Je probeert iedere keer weer te leven naar Gods wil. Het voorbeeld van Jezus Christus te volgen. En zo wordt de fundering van je levenshuis steeds dieper gelegd. Je groeit – met Gods hulp - langzaam als een leerling van Jezus Christus. Het kost veel tijd. Je hele leven! Maar is het dan alleen iets moeizaams en iets uitputtends, dat ‘horen en doen’?
Nee, want als er slagregens en stormen komen blijkt je huis overeind te blijven. Omdat het vaste fundamenten heeft. Noodweer overkomt ons allemaal op zijn tijd. Daar is geen mens van uitgezonderd. Ziekte, verlies, teleurstelling, rouw, verleiding, gevaar. Er kan op het leven gebeùkt worden. Dan geeft het een geweldige steun als je weet dat je huis sterke fundamenten heeft, dat het niet in zal storten en weg zal spoelen. Ik zeg bewust : als je dat wèèt. Misschien vòel je het niet steeds zo, maar je mag het zeker wèten. Het leven van een volgeling van Jezus is daarom wèèrbaar. Het kan tegen een stootje, of zelfs tegen een stoot. Ook aan christenen worden de tegenslagen niet bespaard. Hun voorspoed is niet verzekerd. Denk maar aan Job. Hij of zij wordt aangevochten door dezèlfde vragen. Maar het leven uit het geloof geeft weerbaarheid, weerstandsvermogen.
Dat is, omdat het op de rots gebouwd is. De ‘rots’ is in de Bijbel heel vaak een beeld voor God. Die gedachte geeft mij veel ontspanning en rust. Je huis staat niet op drijfzand , maar is gebouwd op God. Je kunt op God vertrouwen als je probeert naar het gehoorde te leven. Hij zorgt voor grond onder de voeten als je dreigt te struikelen.
Wat voor het huis van ieder mens geldt, geldt ook voor het huis van de kerk. Het is niet voor niets dat de apostel in de brief aan Efeze datzelfde beeld gebruikt. Hij spreekt over de gemeente als een gebouw, met Christus Jezus Zelf als de hoeksteen (Ef. 2: 19-22). Het huis ‘Kerk’ lijkt soms wel eens een afgelopen of in ieder geval aflopende zaak. In de samenleving lijkt zij nog nauwelijks een rol te spelen. Er zijn vele stormen overheen gekomen. Maar de tekst van vandaag biedt ook hier een krachtige bemoediging. Zolang de verkondiging van de kerk is gebaseerd op het Woord van Jezus Christus en zolang de Kerk daaraan gehoor geeft, dwz daarnaar leeft, is er hoop, is er toekomst. Daar staat de Heer van de Kerk voor in! Wat voor het huis van de Kerk geldt, geldt ook voor het huis van Israël, het uitverkoren volk van God. Hoe dát huis gebouwd wordt is ook vaak een raadsel. Toch zal ook daar de belofte vervuld worden.
Als geloofsgemeenschap mogen we de deuren open zetten naar de buurt en wereld om ons heen. In woord en daad. We mogen het woord spreken van de gerechtigheid van Jezus Christus, die voor ons instaat, die ons vergeeft. Dat goede nieuws mogen we delen met allen die zoekende zijn. Die op zoek zijn naar zingeving in hun leven. Allen voor wie geldt dat aan de fundamenten van hun bestaan wordt geschud. En wie ervaart dat niet op enig moment in zijn of haar leven? En we mogen daden van gerechtigheid doen. In werken van diaconie: helpen waar geen helper is. In zorg en aandacht voor mensen met een handicap. Voor verslaafden en daklozen. Voor zieken en bejaarden. Voor mensen dichtbij en ver weg. We mogen daarvoor iets van onze tijd geven. En/of iets van ons geld. Maar bovenal iets van onszelf. Uit dankbaarheid dat Christus àlles voor ons heeft overgehad.
In datzelfde mooie boek over de
WGM lees ik dat de schrijver Nescio in 1915 in zijn boek Titaantjes uitkijkend
over de WGM schrijft: ’t Is hier goeie . Zoo moest het maar blijven’. Zijn wens
is niet vervuld. In een kleine eeuw is bijna alles veranderd. Het voormalige
lustoord en landelijke dorp is een modern stadsdeel geworden. Maar wat niet
veranderd is, is de oproep van het evangelie. Om onze (levens)huizen en het huis
van de Kerk te blijven bouwen op een stevig fundament. Een fundament van steeds
weer horen naar het Woord van Jezus Christus om het vervolgens uit te leven. Dan
bidden we met dat mooie lied van Jan Wit (Gez. 481:3b):
Leg ons de woorden in de mond,
die weer herstellen Uw verbond.
Spreek Zelf door onze daden,
van vrede en genade.