Het Woord is de bron
Preek op zondag 30 januari
2011 in De Bron na lezing van Psalm 36:6-10 en Johannes 4:5-30
door ds B.A.Venemans
Gemeente van onze Heer Jezus
Christus,
op deze dag van mijn afscheid als predikant van De Bron, hebben we geluisterd
naar het verhaal van Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jakob. De
bron is in de bijbel bij uitstek een plaats van ontmoeting. Denk maar aan de
knecht van Abraham die een vrouw voor Isaak zoekt en bij een bron Rebecca
aantreft, en aan Mozes die na zijn vlucht uit Egypte bij een bron in contact
komt met de dochters van de priester van Midian. En nu ontmoet Jezus bij een
bron een vrouw. De Bron als plaats van ontmoeting: geldt dat ook niet voor deze
kerk? Ik zou nu iets kunnen vertellen over de vele en veelsoortige ontmoetingen
die ik hier de afgelopen jaren mocht hebben. Maar ja, een preek is geen
afscheidsrede met persoonlijke ervaringen, maar dient de schrift uit te leggen
om daarin de verkondiging van het evangelie te laten horen. Daarom richten we
onze aandacht op het gesprek, dat Jezus heeft met deze vrouw bij de bron. Dit
gesprek verloopt in eerste instantie stroef door misverstanden, maar loopt er op
uit, dat Jezus zich aan haar bekend maakt als de Christus.
Op weg van Judea naar Galilea trekt Jezus met zijn leerlingen door Samaria. Als ze bij Sichar komen gaat Jezus bij een put zitten, de bron van Jacob, terwijl de leerlingen de stad ingaan om voedsel kopen. Op het heetst van de dag, het zesde uur, komt een Samaritaanse vrouw met haar kruik bij de bron om water te putten. Jezus, vermoeid en dorstig van de reis, vraagt haar om Hem wat te drinken te geven. Zij reageert afhoudend op zijn verzoek door te wijzen op een etnisch-religieus conflict. Hoe kan Hij als Jood haar als Samaritaanse om water vragen? Water is voor een mens van levensbelang, vooral als hij dorstig is. We kunnen dus zeggen, dat zij met de weigering Hem water te geven Hem ook het leven ontzegt. Hierop zinspeelt Jezus als Hij het gesprek vervolgt. Als ze wist dat het een gave is van God en wie Hij is, zou ze juist Hem om levend water gevraagd hebben. Levend water als teken van het leven dat God ons schenkt. Maar de vrouw begrijpt dit niet. Voor haar betekent levend water alleen: water dat stroomt en niet stilstaat, water dat opwelt uit de grond of wordt geput uit een bron. Kan Hij dan zonder emmer water uit deze diepe put halen? Of denkt Hij soms meer te zijn dan vader Jakob?
Deze ironische vraag van de vrouw provoceert Jezus als het ware om meer van zichzelf bekend te maken. Hij spreekt niet over gewoon water, dat de dorst maar voor korte tijd lest. Het water dat Hij geeft, lest niet alleen voor altijd de dorst, het wordt ook tot een fontein, letterlijk vertaald: tot een bron van water dat opwelt tot eeuwigheidsleven. Wat bedoelt Jezus met deze raadselachtige uitspraak? Het onderscheid dat Hij maakt tussen gewoon water en levend water, hangt samen met het onderscheid tussen gewone lichamelijke dorst en wat ik nu maar noem: levensdorst. Het menselijk leven kent een ongestild verlangen naar vrede met anderen, naar een zinvol bestaan, naar acceptatie en bevestiging, en naar gerechtigheid, waarin het verkeerde wordt rechtgezet. Deze levensdorst kunnen we zelf niet lessen. Alleen het levende water dat Jezus geeft, werkt in ons als een kracht die ons onvolkomen leven vernieuwt tot eeuwigheidsleven. Want Hij verzekert ons in zijn dood en opstanding dat niets en niemand ons zal kunnen scheiden van Gods liefde en genade. In zijn liefde weten wij ons geaccepteerd, door zijn genade worden we gerechtvaardigd. Dit water, dat ons het leven geeft, is geen stilstaand water omdat we het voor onszelf houden. Als levend water kan het alleen maar stromen, van God uit naar ons toe, en dan van ons uit als bron naar anderen toe door hen te laten delen in de liefde die wij van God ervaren.
De Samaritaanse vrouw is met haar gedachten nog steeds bij het gewone water. Zij hoort nu alleen: nooit meer dorst. Voor haar betekent dat: nooit meer hoeven putten. En zij vraagt Jezus om dit water, dit wonderwater in haar ogen. Nu moet Jezus in het gesprek wel een kunstgreep toepassen om haar duidelijk te maken dat Hij een andere dorst bedoelt. Zij moet haar man gaan roepen. Dat is de vinger op de zere plek. Zij heeft geen man. Inderdaad, ze heeft geen man, ze heeft er vijf gehad en die van nu is haar man niet. Jezus wil hiermee niet een moreel oordeel over haar uitspreken. Nee, Hij onthult haar het tekort in haar leven. Het lukt haar niet relaties in stand te houden. Dat is de dorst waardoor haar levensgeluk verdort. Zij dorst naar bestendigheid, naar trouw, zodat haar leven weer zin en doel krijgt. En dat krijgt zij hier aangeboden.
De vrouw komt tot inzicht. Zij begrijpt nu wat Jezus bedoelt met het levende water, omdat ze nu ten volle het tekort in haar leven beseft. Eindelijk heeft ze gevonden waarnaar ze onbewust op zoek was, dankzij dit vreemde gesprek. Heer, ik zie dat U een profeet bent. Voor haar is Hij een Godsgezant die het licht van Gods liefde en trouw over haar leven laat schijnen. Ze komt terug op haar eerste opmerking over het conflict tussen Samaritanen en Joden, alleen nu niet meer als een etnisch-religieus geschil dat mensen van elkaar vervreemdt, maar als existentiële vraag. Nu ze God opnieuw, als nieuw heeft leren kennen, waar moet ze Hem aanbidden, hier op de berg volgens haar traditie, of in Jeruzalem? Wat zal het antwoord van Jezus zijn? Blijf bij je eigen traditie, ook daar is God te vinden? Of: in Jeruzalem, want daar heeft God zijn naam onder de mensen laten wonen? Jezus zegt: geloof Mij, vrouw, het uur komt dat je noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Wil Hij zeggen: het maakt niet uit waar je God aanbidt, overal waar je Hem zoekt, zul je Hem vinden? Nee, het heil is uit de Joden, daar heeft God zijn naam geopenbaard, Jeruzalem heeft het primaat, maar Hij kan niet opgesloten worden binnen één traditie. Waar God zijn heil aan mensen bekendmaakt, daar stroomt het uit over grenzen naar allen. God wordt aanbeden in geest en waarheid. Waar Hij zijn heil als levend water laat stromen en de waarheid en waarachtigheid van zijn liefde en genade aan mensen bevestigt, daar is Hij te vinden, daar wil Hij aanbeden worden. Ja, zegt de vrouw, ik geloof dat, als de Messias komt, Hij dat alles zal verkondigen. Dan zegt Jezus: Ik ben het, Ik die met je praat.
Zo komt dit gesprek tot een voorlopig hoogtepunt. Het verhaal gaat verder. De leerlingen komen terug. Ze zijn verbaasd dat Jezus zomaar in gesprek is met een vrouw, en dan ook nog een rand- of buitenkerkelijke in hun ogen. Maar zij gaat terug naar de stad. Haar kruik, dit teken van de dorst in haar oude leven, laat zij achter. Zij heeft het levend water ontvangen en laat het nu stromen voor haar stadgenoten door hen te vertellen over haar ontmoeting met de Christus. Zij is een betere leerling dan de mannen die Jezus volgen. Hoewel zij dagelijks met Hem omgaan, begrijpen zij nog niet wat het betekent dat Hij de Christus is. Dat blijkt in het misverstand over de spijs die Jezus eet. Zij denken aan het voedsel dat zij in de stad hebben gekocht om het lichaam te sterken, maar Jezus vindt zijn kracht in het doen van de wil van Hem die Hem gezonden heeft om zijn werk te volbrengen. Dat heeft Hij gedaan in zijn gesprek met de Samaritaanse bij de bron over het levende water. Wat Hij in dat gesprek heeft gezegd, stroomt als levend water tot ver buiten de bron. Veel Samaritanen komen tot geloof, eerst om wat de vrouw heeft gezegd, en later omdat zij Jezus zelf hebben ontmoet en nu geloven dat Hij de Heiland der wereld is.
In het begin had ik het over de bron als ontmoetingsplaats. Voor ieder van ons zijn ontmoetingen met anderen belangrijk. Het is goed dat wij ook in deze kerk elkaar ontmoeten. Nu we hebben gehoord wat Jezus zegt over het levende water, beseffen we, dat de bron niet alleen een plaats is waar mensen elkaar treffen. Het woord is de bron. Het woord van God, dat Jezus verkondigt, ja dat Hij zelf is, dat is de bron waaruit het levende water van zijn liefde en genade stroomt. Dit woord van Gods menslievendheid brengt ons hier bijeen in deze kerk De Bron. We ontmoeten elkaar om ons samen te laven aan Gods woord en om met elkaar te ontdekken hoe het evangelie van zijn liefde en genade de dorst lest van ons menselijk tekort. Het woord is de bron. Het levende water uit deze bron zal blijven stromen, binnen en buiten de muren van deze kerk, omdat het in ons zal worden tot een bron, waaraan ook anderen zich kunnen laven en zo ontdekken dat hun leven zin en doel krijgt door de liefde van God voor ons allen in Jezus Christus onze Heer. Amen.